Knop: Home
Knop: Gastenboek/Forum
Knop: Rugproblemen informatie
Knop: Mijn nieuwsbrieven
Knop: Links
Knop: Gastenboek/Forum
Knop: Volgende Artikel: Discusprothese

Nieuwsbrief 14 (5 Mei 2003)


5 Mei bevrijdingsdag vandaag. Zeer belangrijk nu met die toestand in Irak!
Ik hoop dat bevrijdingsdag voor mij (en vele anderen!) bevrijding van pijn gaat betekenen.

Hier alvast meer informatie over de discusprothese die ik ga krijgen. Onder andere over de nabehandeling en risico's. Ik heb pas weer meer te vertellen als de operatie achter de rug is.

Hoe de operatie zelf in zijn werk gaat kun je als je hier klikt lezen

De discusprothese-operatie via de buik, wat kunt u verwachten?
Iedereen is uniek. Iedere rugoperatie is uniek. Toch zijn er vragen die voor vrijwel iedereen hetzelfde beantwoord kunnen worden. Onderstaande informatie is een algemene richtlijn. Uitzonderingen blijven er altijd.

Wat kunt u het beste meenemen?
Enkele suggesties:

  • Toilet-artikelen
  • Makkelijk zittende kleding
  • Al uw pillen met de verpakking en etiketten
  • Badjas met slippers
  • T-shirt om onder een bandage of korset te dragen als dat van toepassing is
  • Een lijst met zaken waar u overgevoelig voor bent, vooral antibiotica
  • Iets om te lezen

Het is raadzaam om gedurende de dag vóór de operatie weinig en licht te eten. Ook is het aan te raden om op de avond voor de operatie de darmen te reinigen (laxeren). Daardoor komen uw darmen na de operatie weer sneller op gang. De dokter kan de wervels tijdens de operatie makkelijker bereiken als de darmen leeg zijn.

Een klysma kunt u nemen in linker zijligging met een licht gebogen rechter knie, of in een knie-ellebogen houding. Verwijder beschermdop. Duw het tuitje voldoende diep in de anus. Druk de tube helemaal leeg, rol hem op als bij een tandpastatube. Probeer nu niet meteen ontlasting te maken, dan komt alleen maar de klysmavloeistof naar buiten. Wacht 2-5 minuten op wat aandrang, maar dat kan soms zelfs een kwartier duren. Laat dan pas de ontlasting toe.

De dag en de avond voor de operatie zo licht mogelijke kost eten, dus geen biefstuk, McDonald, Chinees en dergelijke, niet-alcoholische drank mag onbeperkt. Het klysma kunt u het beste rond 20.00 uur ’s avonds innemen.

De nacht vóór de operatie

EET OF DRINK NIETS MEER NA MIDDERNACHT in de nacht vóór de operatie.

Als u dat toch doet loopt u de kans dat de operatie door de anesthesist wordt afgelast. Dan bestaat er teveel kans op braken en verslikken. Alleen als een operatie laat op de dag is gepland mag u (alleen als er uitdrukkelijk toestemming is gegeven) op de dag van de operatie nog licht ontbijten.

IN DE KLINIEK NA DE OPERATIE
Lopen - Als het enigszins mogelijk is moet u proberen om aan de hand van de verpleegster al van de uitslaapkamer naar uw slaapkamer te lopen. De discusprothese is direct volledig belastbaar. Het lopen wordt eigenlijk alleen gehinderd door duizeligheid en buikwondpijn, maar is direct na de operatie toegestaan en zelfs raadzaam. Men zal u daarbij helpen. U mag direct na de operatie dus zelf naar het toilet. Probeer de dag na de operatie tenminste vier keer uit bed te gaan, steeds een stukje verder.

Infectie preventie - Gewoonlijk krijgt u alleen vlak voor de operatie en direct aansluitend een antibioticum toegediend. Daar merkt u dus niet veel van.

Koorts - De eerste dagen na de operatie is koorts heel gewoon. Goede longventilatie is erg belangrijk ter voorkoming van infectie. Diep ademhalen en frisse lucht bevorderen de genezing. Temperatuursverhoging die na de eerste dagen blijft aanhouden of stijgt, moet uitgezocht worden.

Drain ­ Vaak is er een slangetje aangebracht met een zakje dat bloedrestanten moet opvangen. Die drain wordt gewoonlijk na 24 uur verwijderd, soms blijft die echter wat langer zitten.

Bloedverlies ­ Overtollig bloedverlies is zelden. Een heel enkele keer (2%) kan er een klein lekje blijven bestaan. Dan is er mogelijk een bloedtransfusie noodzakelijk en soms moet oorzaak van de bloeding door een hersteloperatie worden verholpen. Meestal wachten we op een spontaan herstel: het lichaam compenseert en resorbeert dat overtollige bloedverlies.

Rugpijn na de operatie - Het komt veel voor dat niet alle pijn meteen verdwenen is. Verzwakte rugspieren en minder beweeglijkheid kunnen dat versterken. Daarom is het goed om na twee weken met wat conditietraining te beginnen.

Beenpijn na de operatie ­ gevoelstoornissen en krampen in de benen komen voor en kunnen maanden aanhouden, maar verdwijnen meestal. Bij aanhoudende beenpijn is het soms noodzakelijk om een zenuw aan de achterkant te bevrijden via een tweede ingreep. Dat komt maar zelden voor.

Pijn bestrijding - Na een discusprothese-operatie krijgt u van de anesthesist voldoende pijnstilling. Over het algemeen valt de pijn na deze operatie wel mee en helpen de medicamenten heel goed. Meestal voornamelijk pijn rondom de operatiewond in de buik Er is altijd voldoende pijnmedicatie mogelijk om te zorgen dat u zich prettig voelt. U hoeft niet de held te spelen.

Trombose preventie ­ Anti-trombose medicatie kan per persoon verschillen. Meestal krijgt men kleine injecties ter voorkoming van trombose. Dat kan variëren van enkele dagen tot zes weken. Die injecties kunt u makkelijk zelf in uw bovenbeen of bil toedienen. Dat is betrouwbaarder dan pillen.

Eten - Het kan 1 - 3 dagen duren voordat de darmen weer goed op gang zijn en vast voedsel kunnen verdragen. Te snel beginnen met eten na de operatie veroorzaakt misselijkheid en braken omdat de maag en darmen dan nog niet goed functioneren. Het is raadzaam om op de dag en avond van de operatie alleen voorzichtig wat vocht in te nemen. Als water goed wordt verdragen kunt u overgaan op vloeibaar voedsel. Als er ook darmgeruisen en windjes zijn, is dat een teken dat uw darmen ook weer vast voedsel kunnen verteren.

Darmfunktie - de darmen hebben na de operatie wat tijd nodig om weer goed op gang te komen. Een zetpil kan de stoelgang vergemakkelijken. Soms is een klysma nodig. Hoe eerder u probeert te lopen, hoe sneller uw darmen actief worden. Lopen en zitten zijn erg bevorderlijk voor het herstel. Hoe meer u uit bed bent, hoe sneller de darmfunktie normaliseert. Het kan echter wel twee weken duren voordat de normale regelmaat in de stoelgang is teruggekeerd.

Opnameduur - De meeste mensen gaan tussen de derde en vijfde dag naar huis. Dat is natuurlijk afhankelijk van de algemene conditie en pijnvermindering. Patiënten met een sterk positieve instelling herstellen meestal snel.

Naar huis en dan...?
U heeft thuis niet veel hulp nodig, maar u moet thuis wel op iemand terug kunnen vallen.

DE EERSTE TWEE WEKEN NA DE OPERATIE

Korset
Direct na ontslag draagt U het gehele korset gedurende 4 weken. Als het geen problemen geeft mag U het harde kunststofdeel er na een week uithalen. Bevalt U dit niet dan laat U het langer zitten. De eerste week na ontslag trekt U het korset in rugligging aan en uit. Alleen als U onder de douche gaat mag U het echter ook staand uit en aan doen. ’s Nachts heeft U het korset niet nodig. Het buikplaatje kunt U naar eigen inzicht erin laten of eruit nemen.

Thuishulp - Het is erg geruststellend als u de eerste dagen thuis iemand heeft die u kan bijstaan en waar u op kan rekenen voor lichamelijke en positieve geestelijke ondersteuning. U heeft misschien hulp nodig bij het bereiden van de maaltijd, verplaatsen, tillen en baden. De meesten hebben helemaal geen hulp nodig, anderen voelen zich onzeker. Handel naar omstandigheden.

Pijnbestrijding - Gebruik net voldoende pijnstillers om u comfortabel te voelen. Zodra u merkt dat u kunt minderen of zelfs zonder pijnstiller kunt, probeer dat dan door te zetten. Hoe eerder zonder pijnstillers, hoe beter, maar u hoeft zich zelf niet te kwellen.

Trombose preventie - Anti-trombose medicatie kan per persoon verschillen. Meestal krijgt u tijdelijk kleine injecties. Dat kan variëren van enkele dagen tot zes weken. Die injecties kunt u makkelijk zelf in uw bovenbeen of bil toedienen. Dat is betrouwbaarder dan pillen.

Eten - Het is heel normaal als u weinig of geen eetlust heeft. Probeer uw normale eetgewoonten weer op te vatten. U heeft extra calorieën nodig om snel te herstellen. U moet vooral niet gaan lijnen of een ander dieet gaan volgen. Start met kleine maaltijden en hapjes, werk naar het normale eetritme.

Ontlasting - Verstopping is heel normaal in de eerste twee weken. Dat heeft vooral te maken met de pijnmedicatie die u tijdens de ingreep en ook na de operatie heeft gehad. Hoe meer u in beweging bent, hoe eerder het ritme van uw ontlasting zich herstelt. Gaat het wat moeizamer, vraag dan uw huisarts of een laxeermiddel kortdurend aangewezen is. Tijdens toiletgang mag u de bandage of het korset gerust af doen.

De wond - Dat is gemakkelijker dan u zou vermoeden. De wond is gesloten met een onderhuidse oplosbare draad.. Er hoeft niets verwijderd te worden. Soms kan er een stukje draad uitsteken: na 10 dagen wat strak aantrekken en afknippen, de rest schiet dan onderhuids naar binnen lost vanzelf op. Soms zitten er kleine plakkertjes over de wond. Verwijder deze "steristrip" niet te vroeg, ze vallen er na 10 dagen meestal vanzelf af. U mag al in de eerste dagen douchen, maar dan moet u de wond wel proberen droog te houden. Daarna eventueel voorzichtig föhnen en een nieuwe droge pleister.

Het verschonen moet hygiënisch gebeuren, was altijd eerst uw handen. Na 10 dagen is een pleister overbodig. Hou de wond de eerste tien dagen schoon, droog en bedekt. Smeer gedurende de eerste drie weken geen zalfjes, vitamine E, aloë vera of vaseline op de wond. Na 10 dagen kunt u alles verwijderen en zonder bedekking gewoon douchen.

Het is heel gewoon dat er wat heldere vloeistof uit de wond druppelt. Meestal stopt dat binnen een week. Als u twijfelt aan de wond kunt u altijd uw huisarts raadplegen.

Douchen - Zorg voor een plastic bescherming in de eerste week. Daarna kunt u gewoon zonder pleister onder de douche. Zorg dat zeep, shampoo e.d. binnen handbereik zijn. Soms is een stabiele kruk in de douche erg prettig. Geen bad nemen in de eerste twee weken.

Lopen - Drie keer per dag wandelen. Iedere keer een stukje verder, de afstand is onbeperkt, maar u moet ook weer niet overdrijven.

Activiteiten - Probeer de eerste zes weken wat rustig aan te doen: niet te veel rompbewegingen, niet te extreem bukken, tillen beperken tot 10 kg. Vooral niet de hele dag in bed liggen. Hoe meer hoe op bent, hoe sneller herstel van eetlust, spijsvertering, bloedcirculatie, longfunctie en geestelijke weerstand. Veel lopen en fietsen is goed. U mag ook autorijden. Niet teveel borstslag zwemmen.

Reizen ­ Geen bezwaar tegen transport per auto of vliegtuig. Als het zitten in de eerste weken nog pijnlijk is, neem dan tijdens een autorit voldoende pauzes en maak het u makkelijk op de achterbank.

WEEK 3 - 6 NA DE OPERATIE
Thuishulp - In de volgende weken heft u vrijwel geen hulp meer nodig. Familie, buren of vrienden die regelmatig langskomen of opbellen vormen voldoende ondersteuning.

Pijnbestrijding - Gebruik net voldoende pijnstillers om u comfortabel te voelen. Zodra u merkt dat u kunt minderen of zelfs zonder pijnstiller kunt, probeer dat dan door te zetten. Hoe eerder zonder pijnstillers, hoe beter, maar u hoeft zich zelf niet te kwellen. Meestal is er na de eerste twee weken geen extra medicatie meer nodig.

Het litteken ­ de wond moet nu droog zijn. Pleisters of verband zijn nu overbodig geworden. Haal de resterende steristrips er af. Mochten er draadjes uitsteken, laat die dan zo steriel verwijderen: aantrekken, doorknippen en het restant onder de huid laten wegschieten. U kunt zonder pleister douchen. De genezing en verkleuring van het litteken is erg persoonlijk en afhankelijk van de conditie van de huid, overgewicht en huidskleur. Zalfjes kunnen daar niets aan veranderen. Het litteken zal eerst een roze en rode streep zijn, daarna iets breder worden en pas vele maanden de kleur van de omgevende huid aannemen.

Lopen ­ vergroot iedere dag uw loopafstand. Lopen verbetert de conditie en de spierbalans.

Activiteiten ­ probeer tot de zesde week rustig aan te doen: niet te veel bukken, achterover buigen, niet meer dan 10 kg tillen, niet te extreem draaien met de romp. Kortom de gewone dagelijkse bewegingen kunnen geen kwaad, maar overdrijf de eerste zes weken niet. Autorijden en fietsen zijn toegestaan. Krukken of andere steun moet overbodig zijn.

Eerste week - De eerste week na de operatie mag U zoveel lopen als U wilt, zolang de pijn dat toelaat. Dit is belangrijk voor een snelle revalidatie, herstel van eetlust, verbetering van de spijsvertering, bloedcirculatie, longventilatie en Uw geestelijke weerstand. U mag in de eerste week na ontslag 3 uur per dag zitten maar probeer niet langer dan een uur achter elkaar, tijdens de terugreis is langer zitten geen enkel bezwaar. Extreme rompbeweging wat vermijden en vooral niet te sterk naar achteren buigen. Lichte mobiliseren oefeningen met uitzondering van de extensie. Interferentiestroom, warmte of massage naar behoefte ter pijnvermindering en ontspanning.

Tweede week - Vanaf de tweede week na ontslag kunt U met fysiotherapie beginnen en daarvoor krijgt U een programma mee. Met isometrische oefeningen kan worden begonnen. U gaat twee keer per week gedurende acht weken. De eerste zes weken niet meer tillen en dragen dan 10 kg. U kunt het zitten en bewegen uitbreiden. Er is nu geen bezwaar meer tegen autorijden. Dat begint U nu langzaam op te bouwen en niet al te lang achtereen.

Om de conditie op te bouwen mag er gebruik worden gemaakt van ergometer of stepper. Zwemmen en fietsen zijn mogelijk na 2 weken. Het liefst op de rug, U kunt het af en toe afwisselen met schoolslag, maar dan moet U de benen wat naar beneden laten hangen. Bij het fietsen vooral rechtop zitten en de eerste zes weken niet op een wielrenfiets of mountain bike. Na 6 weken kunt U beginnen met fitnes en na 8 weken met sport. Bij het tandenpoetsen is het in het begin handig om even op de wastafel te leunen. Schoenen of sokken aantrekken gaat makkelijker als U met de rug tegen de deur of gladde wand leunt. U gaat dan door Uw knieën en legt een voet op de knie van het standbeen. In de eerste 6 weken is het beter, om de benen in rugligging niet geheel gestrekt op te tillen. Het is belangrijk dat U de rompspieren goed opbouwt voor de stabilisering van de wervelkolom.

Na 4 weken ­ Na 4 weken mag er dynamisch geoefend worden. De spierkracht en stabiliteit worden opgebouwd, ook de beenspieren niet vergeten. Er mag na 6 weken met krachtapparatuur gewerkt worden.

Naar school- vanaf de derde week weer naar school, met de fiets of lopend. Gymnastiek is pas toegestaan als de controlefoto in de zesde week na de operatie goedgekeurd is.

VANAF WEEK 6
Activiteiten en werkhervatting ­
Rond de zesde week moet er een controlefoto van de onderrug gemaakt worden (In vaktermen: X lswk voorachterwaarts en zijdelings, staand, met detailopname van het niveau waar de prothese is geplaatst.) Als de controlefoto goedgekeurd is zijn er geen beperkingen meer en kunt u uw oude activiteiten weer opvatten of zelfs uitbreiden. Bukken, tillen, dragen, trekken, etc, u mag het dan weer allemaal. Werkhervatting is dan ook mogelijk. Eigenlijk zijn er dan geen beperkingen meer. Bouw uw conditie op, probeer uw rug te vergeten, ook als er nog rest-klachten zijn.

Sex ­ tot die activiteiten behoort ook sex en ook daarin hoeft u zich niet te beperken.

Gezond verstand ­ Na de investering in uw rug-operatie is het belangrijk om uw conditie op peil te houden. Er zijn geen echte beperkingen, ook niet in sport, maar probeer dingen te vermijden waarvan u weet dat u risico loopt.

Mogelijke complicaties tijdens voorste wervelkolom-benadering bij discusprothese en cage

De rug- en/of been pijn is nog (gedeeltelijk) aanwezig
Dit is de door de dokter en patient meest gevreesde complicatie. Komt maar weinig voor en is dan ook vaak nog tijdelijk. De kans is sterk afhankelijk van de aanwezige slijtage en zenuw-irritatie in uw rug. De lumbale wervelkolom heeft 5 lumbale segmenten en de vraag is: waar komt toch die pijn vandaan? Om die vraag te beantwoorden is een accurate intake met vragenlijsten, röntgenopnamen, MRI, spiertest en discografie belangrijk en van doorslaggevend belang. Na een nauwkeurige diagnose en precieze implantatie-techniek is de kans op blijvende klachten gelukkig klein, meestal dus afhankelijk van de conditie en leeftijd van de wervelkolom. Tijdens de ventrale (via de buik) verwijdering van de ‘slechte’ discus, worden de meeste dorsale (achterste) belemmeringen bij het spinale kanaal ook verwijderd om ruimte te maken voor de onderliggende zenuwwortels. Wanneer het spinale segment teveel gehinderd wordt na de implantatie of als er discusmateriaal is achtergebleven in de buurt van de zenuwwortel dan zou er beenpijn kunnen blijven bestaan. In dat geval zou normale beweging van de prothese een nadeel kunnen zijn. Ook kan een geirriteerde wortel geirriteerd blijven door te veel beweeglijkheid of overstrekking na iets teveel ophoging van de tussenwervelruimte.

Tijdelijke verstoring van de spijsvertering.
Deze complicatie komt zelden voor, en is makkelijk op te lossen. Ik zag nooit blijvende gevolgen. De implantatie wordt verricht via de buik. De ingewanden worden daarbij naar rechts en beneden geduwd. Eigenlijk net zoals de tandarts uw tong wegduwt als hij bij een verstandskies moet zijn. Alleen al lichte druk van de hand op die ingewanden kan ze van streek maken met als resultaat een slechte vertering. Dit belast de ingewanden gelukkig maar tijdelijk. Om de spijsvertering te ontlasten wordt er tijdens de ingreep maagsap afgezogen via een neusmaagsonde. Deze drain zal, voordat u wakker wordt, weer worden verwijderd, u merkt er dus zelf niets van. Meestal zal de operatie te kort duren om een verstoring van de spijsverteringte te kunnen geven. Direct na de operatie krijgt u niets te eten. Niet extra bedrust maar snel mobiliseren brengt de ingewanden weer in beweging. Wanneer u weer geluiden hoort in uw buik, betekent dat dat uw ingewanden weer op gang komen en u kunt iets lichts eten. Normaal gesproken kunt u vanaf de tweede dag weer helemaal normaal eten. Slechts zelden zijn de ingewanden langer van streek. Als er echter geen aandacht aan wordt besteed kan de buik opzwellen door beperkte passage van vloeistof en voedsel. Dit kan makkelijk verholpen worden door opnieuw een neus-maag-sonde in te brengen en geen voedsel meer te nemen.

Onverwacht extra bloedverlies
De complicatie van extra bloedverlies is altijd op te lossen en we hebben nog nooit een geval van blijvende schade meegemaakt. Het normale bloedverlies varieert gemiddeld tussen de 100-600 ml. Daar merkt u eigenlijk vrijwel niets van. Er is dan geen bloedtransfusie nodig. Uw eigen bloed krijgt u wel altijd terug. De voornaamste buikader en slagader moeten worden gepasseerd en opzij worden geschoven. Dat gebeurt heel zorgvuldig met speciaal instrumentarium, want een kleine scherpe beschadiging of overrekking kan onverwacht en hinderlijk bloedverlies geven. Uw orthopaedische rugchirurg is ervaren genoeg om zo’n lekje snel en keurig te dichten. Het extra bloedverlies stopt altijd onmiddellijk na het dichten van het lek. Bij iedere operatie is op de achtergrond een vaatchirurg aanwezig. Tot nu toe heeft die vaatchirurg gemiddeld maar één keer per jaar de helpende hand moeten bieden bij het repareren van een vaatlekkage. Groter bloedverlies door een vaatbeschadiging is dus gelukkig zeldzaam. Meestal heeft het te maken met een bijzondere anatomie van de bloedvaten of bij fors overgewicht, waardoor de bereikbaarheid moeilijk kan zijn. De meeste lekkage ontstaat heel langzaam en diffuus tijdens het prepareren van het bot en afschuiven van weefsels. Die bloedingsneiging is heel persoonlijk en hangt af van de lichamelijke toestand, leeftijd, vetzucht, bloedverdunners, pijnstillers, bloeddruk e.d. Indien nodig krijgt u tijdens of na de operatie een bloedtransfusie. Meestal houdt het diffuse bloedverlies ook na de operatie aan. Om te voorkomen dat bloed zich in de lichaamsholtes ophoopt, wordt de eerste dag het overtollige bloed via een drain opgevangen. Die wordt meestal na 24-48 uur of eerder verwijderd. Het komt slechts heel zelden voor dat de lekkage langer aanhoudt en dat daardoor de bloeddruk blijft dalen. Indien nodig, wordt u dan overgebracht naar de nabijgelegen universiteitskliniek waar het extra bloedverlies optimaal in de gaten wordt gehouden. Meestal stop die lekkage spontaan.

Trombose
De kans op een zogenaamd trombosebeen is ongeveer 0,5%. De kans op een loslatend stolsel naar de longen, een zogenaamde longembolie is daarbij te verwaarlozen. Door het stilliggen tijdens de operatie, maar ook door het opzij houden van de bloedvaten is er een verhoogde kans op een plaatselijke bloedstolling in de bekken- en been-aders. Trombose wordt dus veroorzaakt door abnormale bloedpropjes in de buik- en beenbloedvaten. Daarom krijgt u vóór en ná de operatie een geneesmiddel dat bloedstolling voorkomt en tijdens de operatie draagt u speciale anti-thrombose kousen. De kans op zo’n bloedprop is klein en meestal genetisch bepaald. Als er toch een thrombose is opgetreden, dan kan dat goed behandeld worden door het innemen van een bloedverdunner in de volgende zes maanden. Soms wordt dan geadviseerd ook een steunpanty te dragen.

Schade aan de ureters (urinebuizen)
Theoretisch is er een kans op beschadiging van de urinebuizen.

Ejaculatie
Alleen op het niveau L5-S1 is er een kleine kans op ejaculatieproblemen na ventrale wervelchirurgie. Vooral rokers en mensen met vaatziekten lopen dit risico. In het geval van een kleine verwonding van de bovenliggende sympathische zenuwplexus kan het interne evenwicht van de prostaatspierfunctie verstoren. Dit veroorzaakt een droge (retrograde) ejaculatie: bij de sexuele climax wordt het sperma in de blaas en niet naar buiten gespoten. Erectie en climax blijven onveranderd. Afhankelijk van de kundigheid van de chirurg en de leeftijd van de patient ligt dit risicio op het niveau L5-S1 op 0,1 tot 0,4% In de hoger gelegen segmenten is het risico te verwaarlozen. Wanneer er nog een kinderwens in de toekomst bestaat, breng dan vooraf een spermamonster naar de spermabank om helemaal zeker te zijn.

Infectie
Er kan echter altijd een diepe infectie ontstaan (zeer geringe kans), ondanks alle antibiotica, goede sterilisatie etc. Bij een diepe infectie is een revisie van de operatie nodig, een grondige reiniging van de wond en misschien zelfs verwijdering van de prothese en vervanging ervan door een stuk bot uit de bekkenkam. Maar nogmaals, tot op heden: geen infecties.

Afstoting van het implantaat.

De eindplaten van de kunstmatige discus zijn gemaakt van een chroom- cobalt legering en is nooit oorzaak van allergie geweest. De kern is gemaakt van hetzelfde polyethyleen dat ook voor heup en knieimplantaten wordt gebruikt. De cage is gemaakt van peek-carbon fibre of roestvrij staal en geen van beiden hebben tot nu toe allergische reacties of afstoting veroorzaakt.

Wondgenezing
Onder in de buik wordt ­horizontaal of verticaal- een incisie van 7-25 cm gemaakt (afhankelijk van de lichaamsvorm en de hoogte van de operatie). Bij mensen met overgewicht is een grotere incisie nodig. Het gebruik van oplosbare onderhuidse hechtingen maakt verwijdering van hechtingen overbodig. Horizontale incisies kunnen toch een extra lichte plooiing in de buikhuid veroorzaken, daarom kiezen vrouwen met een mooie platte buik vaak toch voor een verticale incisie. Verstoring van buikwondgenezing komt zelden voor en is afhankelijk van de conditie van de buikwand. In geval van problemen is er altijd een oplossing.

Zenuwirritatie
Zo nu en dan komt het voor dat na de operatie de dij een doof gevoel geeft: dat gaat binnen een jaar over. Sommige patienten spreken over een ‘opgewarmd’ been na de operatie. Dit is het zogenaamde sympathectomie-effect, veroorzaakt door een tijdelijke verstoring van de sympathische zenuwbaan aan de linkerkant van het gerepareerde wervelsegment. Het voelt niet onplezierig aan en de meeste vrouwen vinden het een prettig gevoel, zo’n warm been; het verdwijnt echter na 9-12 maanden.

Verschuiving van het implantaat

Hoewel verschuiving in het verleden wel eens is voorgekomen, is het met de ruwe eindplaten en betere implantatietechnieken nooit meer gebeurd. Om de kans erop zo klein mogelijk te houden, raden wij aan u zo rustig mogelijk te houden gedurende de eerste zes weken na de operatie. Echter: wandelen, traplopen, autorijden etc. zijn toegestaan. Als de röntgenfoto’s zes weken na de operatie in orde zijn, zijn er geen beperkingen meer. Na die tijd zijn er nog nooit verschuivingen voorgekomen. De prothese wordt vastgehouden door tanden en de enorme intersegmentale druk van de wervelkolom. Op het niveau L5-S1 worden speciaal gehoekte implantaten gebruikt om in het spoor van de normale lijn van de lage wervelkolom te blijven. Normaal gesproken blijft de prothese voor altijd op zijn plaats, zelfs in geval van bijv. een verkeersongeluk. Het is echt niet nodig om de prothese extra te fixeren met cement, lijm of schroeven. Verschuiving van een cage is nog nooit voorgekomen.

Verzakking van het implantaat
Een slechte of verborgen zwakke botkwaliteit van de rug kan leiden tot verzakking in de eindplaten van het wervellichaam. Om verzakking te voorkomen wordt voor zover mogelijk de grootste maat gekozen voor het implantaat. Een groter implantaat kan namelijk beter steunen op de relatief sterke botranden van het wervellichaam.. Het is helaas niet altijd mogelijk om de meest geschikte maat te plaatsen doordat de omgevende weefsels en met name grote bloedvaten onvoldoende toegang geven. In dat geval moeten we helaas een compromis vinden. Een geringe verzakking veroorzaakt meestal geen extra klachten. Wanneer dit wel het geval is kan het probleem worden opgelost door het implantaat opnieuw te plaatsen of door te werken met pedikelschroeven via de rug, om het lumbale segment extra te stabiliseren. Tegenwoordig komt primaire verzakking nauwelijk voor. De kans op een mindere fraaie positionering is vooral aanwezig bij moeilijk bereikbare wervels en bij implantaties op twee verdiepingen. In de loop van het verdere leven zal er altijd enige minimale verzakking van de prothese optreden, maar dit geeft in het algemeen geen klachten of complicaties en gaat maar heel geleidelijk.