|
Klapvoet
Wat is een klapvoet? Een gezonde voet wordt bestuurd door vier groepen van spieren:
- De eerste groep zit aan de achillespees vast en bestaat uit drie heel krachtige spieren (de kuitspieren)
die de voorvoet naar beneden (in plantair flexie) brengen. - De tweede groep zijn de drie z.g.n. :
diepe flexoren: een spier die de grote teen naar beneden buigt (flexor hallucis longus), een spier die hetzelfde doet met de vier kleine tenen (flexor digitorum longus), en de spier die de voet naar binnen kan draaien (ofwel in inversie kan brengen, deze heet tibialis posterior). - De derde groep wordt gevormd door peroneus longus en peroneus brevis.
Ze kunnen de voet naar buiten draaien (everseren). De peroneus longus is bovendien erg belangrijk voor de ondersteuning van het voetgewelf. - De vierde groep zijn de voetheffers (dorsaal flexoren) die de voet en de tenen optillen.
Bij een gewone klapvoet functioneren de spieren van de derde en vierde groep niet. De voet kan niet naar buiten worden gedraaid en niet worden opgetild. Tijdens het lopen is het onmogelijk om goed af te zetten omdat daarvoor de spieren die hem naar buiten kunnen draaien nodig zijn. Wanneer er geen hulpmiddel wordt gebruikt, valt hij in de zwaaifase van het lopen naar binnen en naar beneden. Hierdoor is ook goed aanstappen onmogelijk. Dikwijls krijgt een klapvoet een naar binnen en beneden gedraaide ruststand omdat er geen tegenwicht wordt geboden aan de wel werkende kuitspieren en diepe flexoren. Lopen zonder hulpmiddelen gaat heel onhandig en goed lopen is, ook met een goed hulpmiddel onmogelijk. De naarste symptomen van een klapvoet kunnen dikwijls verholpen worden door een of meer peestranposities.
Hoe peestranposities kunnen helpen Via peestranposities kunnen spieren die wel functioneren worden verbonden met pezen van verlamde spieren. Zo krijgen de wel werkende spieren (deels) de functie van de verlamde spier (erbij). Vroeger, toen door kinderverlamming nog veel klapvoeten ontstonden, was het vrij gebruikelijk om de pees van een voetheffer bij te hechten op de tibialis posterior zodat bij het naar binnen draaien de voet tevens omhoog werd getild. Zo'n ingreep geeft ook wat zijwaartse (inversie/eversie) stabiliteit omdat de voor de transpositie gekozen pees behalve naar boven ook naar buiten draait. Deze ingreep werkt vooral goed omdat de tibialis posterior bij een klapvoet de enige werkende spier is die in een gewone voet samen met de voetheffers aangespannen wordt. Dat betekent dat het normale patroon van aanspannen en ontspannen van spieren tijdens het lopen niet veel hoeft te veranderen. Om iets van de heffunctie van een klapvoet te herstellen is dit de beste optie.
Maar eigenlijk zijn de zijwaartse stabiliteit en de ondersteuning van het voetgewelf die de beide peroneus spieren geven belangrijker dan de voetheffers. Dat een voet afhangt is hinderlijk, maar zonder peroneus spieren is hij geheel instabiel, kan niet fatsoenlijk afzetten, zwikt en zakt pijnlijk door omdat het voetgewelf slecht ondersteund wordt. Van beide peroneus spieren kan de functie uitstekend worden overgenomen door een van de kuitspieren en/of door de buiger van de grote teen.
Wie kan U verder helpen? Als het goed is de huisarts. Die zou U door moeten kunnen verwijzen naar een van de orthopedische of plastische chirurgen die af en toe dit soort operaties uitvoeren. (UMC utrecht, Zwolle)
Bron: Mps |