|
|||||||||||||||||
|
Wanneer een spiergroep gedeeltelijk verlamd is, zal worden geprobeerd door oefentherapie deze op optimale sterkte te brengen. Leidt dit niet tot een aanvaardbaar looppatroon, dan zal men dit verder compenseren met hulpmiddelen zoals een aangepaste schoen, een beugel, een rollator, stokken, krukken, etc. en eventueel een rolstoel. Deze hulpmiddelen kunnen ook tijdelijk worden gebruikt wanneer er van neurologische verbetering sprake is. Is de uitval blijvend en is er geen kans op verdere verbetering, dan kunnen sommige verlammingen gecompenseerd worden door een operatie waarbij de aanhechting van pezen verplaatst wordt. Blaasstoornissen Verlamming van de blaasspier Direct na het ontstaan van het CES bestaat de behandeling meestal uit het inbrengen van een verblijfskatheter ook om overrekking van de blaas te voorkomen. Deze mag echter niet te lang blijven zitten omdat een verblijfskatheter zelf ook een verhoogd risico op blaasontstekingen geeft. Als de blaas, na verwijdering van de verblijfskatheter, niet spontaan leeg geplast kan worden, gaat men over op "intermitterende katheterisatie". Dit betekent dat de blaas met een wegwerpkathetertje 4 tot 5 maal per dag geleegd wordt. Als de blaas zich herstelt en men weer spontaan kan plassen, kan het aantal keren dat men gekatheteriseerd wordt geleidelijk aan verminderd en soms geheel gestopt worden. Blijft katheteriseren nodig, dan leert men dit zelf te doen. Sommige mensen met CES hebben geen katheter nodig, maar kunnen zelf plassen door met de buikspieren te persen. Deze methode is alleen geschikt als is vastgesteld dat de blaas op deze manier goed kan worden leeggeplast. Verlamming van de sluitspier Is dit onvoldoende dan is men aangewezen op opvangmateriaal. Voor mannen bestaan hiervoor condoomkatheters of opvangenveloppen die men om de penis kan doen. Voor vrouwen bestaan veel verschillende soorten luiers. Bij blijvende uitval zijn voor vrouwen ook operaties mogelijk om de continentie te verbeteren. Darmstoornissen Bij relatief milde problemen met de ontlasting kan soms worden volstaan met het eten van vezelrijke voeding en het drinken van veel water, eventueel gecombineerd met het slikken van extra vezels (bijvoorbeeld poeder dat opgelost wordt in water). Als dit leidt tot minimaal twee maal per week ontlasting, zijn zwaardere methoden niet nodig. Bij zwaardere problemen met de ontlasting bestaat de behandeling uit het op vaste tijden stimuleren van de ontlasting door in het rectum een prikkel te geven. Daardoor wordt de ontlasting opgewekt. Dit kan men proberen met microklysma's, die 5-20 minuten na het inbrengen een ontlastingsreflex teweegbrengen. Deze methode kan men ondersteunen met een dieet en met laxeermiddelen die men via de mond inneemt. Als het niet lukt om met microklysma's een regelmatig ontlastingspatroon te verkrijgen, kan men overgaan op darmspoelen. Hierbij wordt via een pompsysteem een bepaalde hoeveelheid water in het rectum gebracht. Daarna wordt de ontlasting met het water naar buiten gespoeld. Er bestaan verschillende pompsystemen en spoeltechnieken. Voor het uitproberen van het juiste systeem en de beste techniek kan men zich tot een revalidatieteam wenden dat daar ervaring mee heeft. Verlamming van de kringspier Als de kringspier niet goed meer werkt, kan dit leiden tot winderigheid of in zwaardere gevallen tot incontinentie voor ontlasting.Tegen winderigheid is weinig te doen. Mogelijk kan een dieet helpen om gasvorming te voorkómen. Bij incontinentie voor ontlasting kan regulatie via microklysma's of darmspoelen een oplossing zijn. Seksuele stoornissen Erecties ontstaan deels door het zien of zich herinneren van erotische voorstellingen (psychogene erecties) en deels door het aanraken van de penis (reflex erecties). Het psychogene deel van de erectie verloopt via het ruggenmerg boven de cauda equina langs en is dus door een CES niet verstoord. Reflexerecties verlopen via de zenuwwortels S2, S3 en S4 en zijn door een CES wel gestoord. Omdat het psychogene deel van de erectie blijft bestaan, zijn erecties na een CES meestal niet volledig verdwenen maar wel zwakker en korter van duur dan ervóór. Als men hiervoor behandeling wil, dan bestaan er erectie verbeterende middelen, die men inneemt (bijvoorbeeld Viagra¨) of injecties die men in de penis geven kan. Daarnaast bestaan er vacuümpompsystemen waarmee men de penis in erectie krijgen kan. Zaadlozingen kunnen door een CES ernstig verslechterd of soms zelfs afwezig zijn. Als dit niet spontaan verbetert en er is een kinderwens, dan bestaan er technieken om een zaadlozing kunstmatig op te wekken en met dit zaad kunstmatige bevruchting bij de partner te bereiken. Of een orgasme mogelijk is, hangt af van de ernst van de beschadiging van de zenuwwortels S2, S3 en S4. Bij gedeeltelijke laesies is soms een orgasme mogelijk met behulp van een vibrator. Seksuele stoornissen bij de vrouw Hulp zoeken Revalidatie, maar waar? Zoals gezegd is door het neurologisch herstel een deel van de stoornissen tijdelijk, maar een ander deel kan blijvend zijn. Hierom zijn ook sommige revalidatiemaatregelen tijdelijk en andere blijvend. In alle gevallen is vroeg specialistisch advies aan te raden. De huisarts kan mensen met een CES voor alle bovengenoemde stoornissen naar een revalidatiearts verwijzen. Tegenwoordig is aan elk ziekenhuis een revalidatiearts verbonden en daarnaast bestaan er 24 revalidatiecentra. De meeste ervaring met alle aspecten van deze problematiek is echter geconcentreerd in een beperkt aantal dwarslaesieteams. Deze zijn werkzaam in de revalidatiecentra in Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Wijk aan Zee, Haren (Gr), Enschede, Nijmegen, Hoensbroek en Den Haag. Mentale aspecten De ervaring is dat ook artsen met name het onderwerp 'seksuele beperkingen' maar zelden uit zichzelf zullen aanroeren. En dat, terwijl uit verhalen van CES-patiënten blijkt dat juist de "inwendige problemen" veel hoofdbrekens, verdriet en beperkingen veroorzaken. Denk aan degenen die, soms nog in de bloei van hun leven, moeten accepteren dat ze nooit meer een orgasme zullen hebben of voor de rest van hun leven incontinentieverband zullen moeten gebruiken. En zo is het bijvoorbeeld ook geen pretje om, waar je ook bent, het risico te lopen van een plotselinge aanval van diarree. Naast deze problemen, specifiek voor CES, zijn er natuurlijk ook de problemen waar elke zieke tegenaan loopt: afhankelijk zijn van de hulpvaardigheid van anderen, niet meer kunnen gaan en staan waar je wilt en doen wat je wilt, je niet meer een volwaardig mens en een volwaardig deelnemer aan de maatschappij voelen, je beroep niet meer kunnen uitoefenen. Zoals voor veel mensen met een aandoening, geldt ook voor CES-patiënten dat het delen van ervaringen met lotgenoten behulpzaam kan zijn bij het herstel en bij het verwerkingsproces. |
||